Tuesday, March 9, 2010
Van woestijn tot oases: San Pedro de Atacama
De reis die zou volgen was opnieuw spectaculair. De grens tussen beide landen ligt bij de Paso de Jama. Eenmaal voorbij dat punt ben je in Chili en is het landschap anders, om precies te zijn: droog. Het droge maanlandschap met zijn dunne begroeiing van gele struikjes doet me denken aan de surreële setting van de computerspellen Dune en Command & Conquer.
Het eerste deel van de weg zou je Rubber Road kunnen noemen, omdat het vol ligt met kapotte rubberbanden. Waarschijnlijk geëxplodeerd en van vrachtwagens en bussen afgevlogen omdat het gebrek aan zuurstof op vijf kilometer hoogte natuurlijk ook van invloed is op auto`s. Een vreemde gewaarwording, maar daarna werd nog vreemder toen er ineens autowrakken en zelfs een compleet omgevallen oplegger met auto´s in de berm lagen. De weg is kaarsrecht, dus waarom er zoveel misgaat is me nog niet geheel duidelijk. Ondertussen kom je op bepaalde stukken weer groepen ezels, vicuñas en de gedomesticeerde llama´s tegen, een kruising tussen de vicuña en de guanaco, die honderden jaren eerder door de inheemse bevolking met succes werd gefokt.
Eenmaal in San Pedro de Atacama, op 2500 meter, was het prettig om ten minste weer bomen te zien! De douane houdt altijd even op, maar gelukkig is het hoogseizoen voorbij dus de busladingen toeristen vallen nogal mee,. Maar ook hier zie je nu vooral backpackers en zitten de bussen vol met Europeanen, zo hier en daar aangevuld met Amerikanen, Canadezen en Aussies. San Pedro heeft maar 2500 inwoners, maar is door het toerisme uiteraard volgebouwd met hostels en restaurants. Goedkoop is het er dan ook niet. Ook al ligt het midden in de woestijn water, elektriciteit en internet is er tegenwoordig wel en zo merk je weinig van het feit dat je in een dorre, barre regio bent waar het leven zeer zwaar is.
In het dorpje zelf is weinig te beleven en uiteraard maak je er vooral excursies, zoals naar de Valle de la Luna (maanvallei), naar de geisers en naar een gebied van de meren op de Altiplano. Wij hadden ervoor gekozen om de eerste dag naar de Altiplano te gaan, een dag later naar de maanvallei om daarna weer verder te trekken. Immers de tijd dringt en we moeten nog door Bolivia heen... We hebben ook maar meteen onze reis naar Uyuni vastgelegd. Woensdag gaan we voor een driedaagse reis met jeep met zijn vijven of zessen naar Uyuni. Het schijnt een spectaculaire, maar zware reis te zijn, waar het 's nachts koud is en de hotels zeer primitief zijn... We zijn benieuwd...
Voor de tour naar de lagunes kozen we voor de duurdere, maar meest professionele operator, gestart door de Nederlander Martin Beeris, die twintig jaar geleden eigenlijk het begin inluidde van het toerisme in de Atacama.
Allereerst gingen we naar een zoutveld, na die van Uyuni (Bolivia) en Utah (VS) de grootste ter wereld, maar totaal anders dan die van Uyuni of Salinas in Argentinië. In dit gebied valt namelijk geen regen en het water wordt dus via de bergen boven- en ondergronds aangevoerd, waardoor het er niet glad is. Het veld bestaat dan ook uit harde, brokken zout. Bovendien is het rijk aan mineralen en bevat het 40% van de lithiumvoorraad ter wereld. In de buurt ligt een vulkaan, die van 2000 tot en met 2007 elk jaar is uitgebarsten (in 2002 zelfs twee maal), zij het dat niet gevaarlijk is, omdat er enkel rook en as wordt uitgestoten. Gelukkig geen lava. Maar goed, Chili heeft verder meer dan genoeg wel actieve vulkanen, als je bedenkt dat 10% van alle vulkanen ter wereld zich in Chili bovendien (en 60% van alle vulkanen ter wereld in Zuid-Amerika). In dit natuurpark vind je bovendien drie soorten flamingo's en een diversiteit aan andere vogels. Bijzonder mooi is het als de flamingo's vervolgens vlak boven je hoofd over komen vliegen...
In dit park hebben we ook nog ontbeten en omdat onze tour vol zat met Europeanen, waaronder Nederlanders, was het ook niet verrassend dat iemand bij het zien van ´dulce de leche´ vroeg of het pindakaas was... Tja, je haalt ze er ook overal uit...
Daarna gingen we door naar een tweetal lagunes, prachtig blauwe meertjes in het midden van een uitgedroogde, dorre omgeving. Tot een miljoen jaar geleden liep er een rivier, maar door een vulkaanuitbarsting werd deze geblokkeerd en vormden zich twee van elkaar gescheiden lagunes, zij het ondergronds met elkaar verbonden. Ongelooflijk mooi, zeker als de vicuñas je aan alle kanten voorbij stuiven..
Vervolgens zijn we naar weer een zoutveld gegaan, ditmaal meer een zoutmeer. Zo kristalhelder, dat het letterlijk verblindend (mooi) is. Het natuurschoon is er prachtig en het was dan ook een perfecte locatie voor een picknick. Als afsluiting zijn we nog naar een tweetal dorpjes gegaan; in het eerste wordt ondanks de droogte verbouwd en vind je enkele moestuintjes. Het tweede is zowaar nog spectaculairder, want het ligt in een groene vallei die van water voorzien wordt door een riviertje, gemiddeld voor twee tot drie dagen per jaar. Al duizenden jaren eerder, nog ver voor de Inca's, liep er al een irrigatiesysteem en dit wordt ook nu zorgvuldig gehandhaafd, zodat er geen enkele druppel water verloren gaat en elk stukje land na een beetje regen zijn deel vocht krijgt. Een apart gezicht om in dit dorpje, Toconao, ineens in een klein valleitje te staan met gewassen als ui, diverse fruitbomen en zelfs druiven...In San Pedro is er dit jaar echter nauwelijks regen gevallen, ondanks de storing El Niño die in São Paulo voor zoveel overlast zorgde, maar voor San Pedro slechts een paar druppeltjes overhad...
's Avonds zijn we gaan sterrenkijken in een astronomisch centrum nabij San Pedro, een privécentrum van de Franse astronoom Alain, die op zéér humoristische en interessante wijze een en ander over het heelal wist te vertellen en tegelijkertijd alle bestaande mythes op grappige wijze ontkrachtte (wist ik veel dat een vallende ster geen ster is). Ontzettend leuk en interessant! Zeker omdat je met het blote oog hier in Chili al enorm veel sterren ziet. Bovendien met de microscopen Mars, Saturnus (erg grappig om die ring te zien), een aantal constellaties van sterren en de Nebulas (alles wat onbekend was, zoals rotsen en stenen). Enfin, het centrum van de wereld schijnt toch echt Europa te zijn en het centrum daarvan Parijs... Het blijft een Fransman hè!
Saturday, March 6, 2010
Imaginando Salta & Jujuy
De parels van Argentinië: Salta en Jujuy
Vijf dagen Paraguay. Voor hetgeen we wilden zien was dat wel genoeg. Paraguay wordt vaak overgeslagen, maar toch is het zeker de moeite waard. Het is vooral Chaco waar het echt om gaat en daar zijn we nu net niet geweest.... Enfin, de mensen zijn gereserveerd, maar cordiaal en ze kijken vaak een beetje verloren. Vaak zie je ze in het niets staren. Een interessante karakteristiek is dat velen de uit de VS overgewaaide, rollende R (Gooische R) gebruiken. Klinkt erg apart in het Spaans! We wisten dat het een lange reis zou worden. Eerst ongeveer 6 à 7 uur naar Resistencia en daarna nog 12 uur naar Salta. Dus we twijfelden of we direct door zouden gaan of een tussenstop zouden maken in Resistencia. Uiteindelijk werden we door een Canadees overgehaald om toch maar door te bijten. Na een uurtje rust op het busstation van Resistencia zijn we verder gegaan met de nachtbus. Het zou een verschrikkelijk, oncomfortabel reis blijken te zijn, waarbij de chauffeur ondanks herhaaldelijke verzoeken steeds maar weer de airconditioning aanzette. Niks zo vervelend als 's nachts in een te koude bus moeten zitten. Waar je ook komt, elke keer doen ze hetzelfde. Alleen omdat het bestaat, schijnt men te denken, moet je het dan ook maar volop gebruiken...
Eenmaal in Salta hebben we geprofiteerd van het feit dat we 's morgens vroeg aankwamen en hebben we eerst een rondje stad gedaan. Al snel werd duidelijk dat Salta een werkelijk prachtige, koloniale stad is, waar het bovendien ook nog eens gezellig is. Voor de verandering eens wel respect voor de geschiedenis van de stad en niet de Amerikaanse monotonie van het ruïneren van de stadscentra voor hoogbouw en shopping centers. Een flink deel van het centrum is ontoegankelijk voor auto's en dat maakt het 's avonds gezellig, zodat je à la Europees op een terrasje kunt zitten, zonder gratis bediend te worden met uitlaatgassen.
We hebben even gekeken naar het huren van een auto, maar dat is over het algemeen duur en loont zich niet ten opzichte van een pakket excursies. Dus besloten we om voor de volgende vier dagen naar de Salinas (zoutvelden) in de regio te gaan, naar Cachi, Cafayate en naar het noorden, richting de grens met Bolivia.
Voor de excursie naar Salinas hadden we het geluk dat we maar met zijn vieren waren. Elena en ik en twee Italianen, Marco en Marco. Salta ligt op 1100 meter, evenals Jujuy, waar het over het algemeen veel regent. Eenmaal door de bergen rijdend, kom je in een steeds droger landschap terecht. Langs groene bergketens beland je in een rood-bruine omgeving en op het hoogste punt, 4100 meter, is er uiteraard weinig. Zelfs geen cactussen, die na 3300 meter ineens verdwijnen. Van tevoren wisten we niet zo goed, hoe we zouden gaan reageren op de hoogte. Om het zekere voor het onzekere te nemen, hebben we maar wat lokale maatregelen genomen. De pillen die ik in Venlo had aangeschaft, lieten we liggen ten faveure van het lokale recept: coca.
Door de nutteloze War on Drugs is de coca in een kwaad daglicht komen te staan, terwijl het niet meer is dan een plant, die al sinds mensenheugenis in de Andes-regio groeit en die ook altijd gebruikt is geworden. Het stimuleert de spijsvertering en voorziet het lichaam van extra zuurstof in geval van ijlere lucht, waardoor het op grote hoogten een ideaal middel is. Volgens de locals 100% effectief en daar kun je dan ook vanuit gaan. Het is toch triest dat onder druk van de Amerikaanse overheid en masse cocavelden vernietigd worden, al heeft Bolivia daar tegenwoordig een halt aan toegeroepen. Het is onzinnig en bovendien struisvogelpolitiek. Coca wordt gebruikt voor het maken van cola, maar vooral gebruikt voor cocaïne. Desalniettemin heb je 1000 kilo cocabladeren nodig voor het maken van één gram cocaïne. Het probleem is ook niet de locals, maar de westerse wereld, waar de export heen gaat. In plaats van de productie hier aan te pakken, kan men zich beter focussen op de consumptie bij ons. Cocabladeren zijn bitter van smaak, maar vooral functioneel: je stopt een tiental bladeren in de mond en door het speeksel krijg je genoeg substantie binnen om je zuurstof en ijzergehalte op niveau te houden. Het werkt uitstekend! De cultivatie van cocabladeren is niet toegestaan in Argentinië, maar de consumptie wel. Je mag tot een kilo meenemen, al is het in Chili dan weer niet toegestaan het te importeren, dus heel ver kom je er niet mee!
De Salinas zijn niet zo groot als in Uyuni, Bolivia. Maar omdat die momenteel vanwege het regenseizoen daar onder water staan, hebben we de excursie toch gedaan om op de zoutvlaktes te kunnen lopen. Uiteraard kon ik het niet nalaten om eens goed wat zout op te likken, maar het is geen zeezout natuurlijk en het bevat dan ook geen jodium. Het is vooral, om een open deur in te trappen, erg zout...
Onderweg zie je ezels en vicuñas. Zij zijn de enigen die de droogte blijkbaar prima vinden! Op de terugweg zijn we naar Purmamarca geweest. Een klein plaatsje waar, zoals in de hele regio, de huisjes van adobe (modder) gebouwd zijn. Alhoewel de dorpjes nauwelijks veranderd lijken te zijn, worden ze druk bezocht door toeristen en hoe afgelegen dit deel van Argentinië dan ook is: hostels zijn er overal. De locals verkopen vooral prachtige handgemaakte brei-, borduur- en textielproducten. De mensen zijn altijd vriendelijk hier. In plaats van tijd te verspillen in Buenos Aires, kun je beter direct hier naar toe gaan!
In Purmamarca is de zogeheten Cerro de Siete Colores, een heuvel in zeven kleuren. Het ziet er werkelijk wonderbaarlijk mooi uit. Een schitterende creatie van en door de natuur met dank aan de verschillende oxidanten en mineralen in de berg waardoor delen rood, bruin, geel, grijs en groen kleuren. Ongelooflijk!
Onderweg en terug in Salta kun je dan vervolgens weer genieten van de overheerlijke lokale gerechten, zoals locro (een stoofpot), humita (gevulde mais met vlees) of een cazuela de llama (lama stoofpot). Heerlijk, smaakvol vlees.
Een dag later stond Cachi op het programma. Een tocht die je door een zo niet nóg mooier landschap als de dag ervoor voer. Eerst door de Yungas met zijn groene, dichte begroeiing, daarna door een eindeloze quebrada (een rivier met aan beide zijden bergen) die langzaam verandert en minder begroeiing bevat. Rood en groen, simpelweg fenomenaal. Eenmaal voorbij het hoogste punt kom je op de Altiplano, een hoogvlakte met uitgestrekte cactusvelden en gekleurde bergen waar je over de eeuwenoude weg van de Inca's rijdt, zij het dat deze inmiddels geasfalteerd is. De cactussen zijn er enorm, tot wel 5 à 6 meter en als je bedenkt dat een cactus grappigerwijs in zijn eerste vijftig jaar slechts vijf millimeter per jaar groeit en daarna vijf centimeter per jaar, kun je uittellen hoe lang ze er al staan. De tijden van Inca, Spaanse en Argentijnse overheersing overziend en weerstaand...Onderweg stopten we voor de lunch en met het haast perfecte klimaat van 25 graden met 0% luchtvochtigheid en een fantastische lunch was het een prachtig bezoek. Eenmaal in Cachi word je beloond in de vorm van een geweldig oud plaatsje, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan en waar de trottoirs anderhalve meter hoog zijn.... omdat ze gemaakt zijn voor de gaucho op zijn paard. Die dag hadden we geluk, dat het weer ideaal was en dat we de valleien zonder wolken zagen. Op de terugweg was het totaal anders. Het was inmiddels bewolkt en op sommige plekken zag je geen hand voor ogen, iets wat het alleen maar nog mooier maakt, omdat de terugweg een totaal andere reis lijkt...
Daarna was het de beurt aan Cafayate. Geloof het of niet, ook nu leek het weer een totaal andere reis, want de diversiteit aan landschappen in Salta-Jujuy is werkelijk niet te geloven. Eenmaal in de bergen reis je door een dieprood landschap. Langs de Garganta del Diablo, de keel van de duivel, een opening tussen de rotsen. Je stopt bij een natuurlijk amfitheater waar live-muziek opgenomen wordt, omdat de akoestiek er simpelweg uitstekend is. Je komt voorbij grote, rode natuurkastelen. Het landschap is ruw en je blijft maar om je heen kijken en staren om alle karakteristieken van het landschap te ontdekken. Eenmaal in Cafayate hadden we nog een drietal wijntours, want de regio is ook een van de bekendste wijnstreken van Argentinië...In Salta zijn we nog naar het MAAM museum gezien, een archeologisch museum over de regio. Met als publiekstrekker een drietal goed bewaard gebleven mummies. Een jongen van 7 en twee meisjes van 9 en 15, die door de Inca's aan de goden geofferd werden. Een bekend, maar overigens niet erg veel voorkomend gebruik. Vanwege de conserveringsmethode wisselen de mummies en we konden er dan ook maar één bekijken, maar het is desalniettemin een vreemd en lichtelijk macaber aanzicht van wat in feite een kinderlijkje is van meer dan 500 jaar oud. Ook in deze regio is door profiteursgedrag en grafroverij veel verdwenen. Maar er is na een lange speurtocht een andere mummie weer teruggevonden, ook al is deze in beduidend minder goede staat te zien. Een interessante indruk van het Inca-rijk...
Als laatste volgde de dag erna de excursie naar Humahuaca, waarbij je we eerst weer langs Purmamarca kwamen, nabij Marmara langs het El Palet del Pintor (het Palet van de Schilder) met zijn zigzaggende kleurverschillen en vervolgens langs een oud Incadorpje nabij Tilcara. Ten slotte kwamen we aan in Humahuaca. Een leuke, kleine plaats met een fraai historisch centrum. Salta en vooral Jujuy zijn regio's waar de Argentijnen van inheemse of deels inheemse afkomst zijn. De lokale Quechua zijn uiteraard vooral bekend als wonend in Bolivia en Peru, maar ook in Chili en Argentinië zijn ze er volop, want het zou natuurlijk raar zijn als dit in het Andesgebied bij de grens ophield. In de bus zaten we naast twee mede-backpackers uit Antwerpen, die bezig zijn aan een reis van zeven maanden, eindigend in Venezuela. Ons plan was om door te gaan naar Iruya, wat een fantastisch reis moet zijn, maar de weg is op dit moment zo slecht dat deze voor de rivier eindigt, waarna je vervolgens lopend verder moet. Bussen naar San Pedro de Atacama, Chili, waren er voor de komende dagen niet. Dus besloten wij, in tegenstelling tot de twee Vlamingen met de excursie mee terug te gaan. In Jujuy zijn we uitgestapt, waar we een dag blijven om dan door te reizen naar Chili, voor een aantal excursies aan de andere kant van de Andes, in de meest droge woestijn ter wereld.
Friday, March 5, 2010
Van de Jezuieten naar de chaos van Asuncion
Na een dag rondlopen en uitrusten in Encarnación, zijn we de tweede dag naar Bella Vista, gegaan, het centrum van de Duitse emigratie naar Paraguay. Een tweetal Duitsers uit Brazilië werd begin 1900 Brazilië uitgezet en met een aardig startkapitaal hebben ze vervolgens Bella Vista opgericht (daarna volgden ook nog de nabijgelegen dorpjes Obligado en Hohenau), hét centrum van de Yerba Mate, de thee-achtige plant waar ik eerder over geschreven heb. Een aantal fabrieken staan in de plaats en uiteraard hebben we een kijkje genomen bij de bekendste, Selecta. We kwamen er door, bij afwezigheid van een taxi, met zijn tweeën provisorisch en wel achterop een moto-taxi vervoerd te worden. We kregen een rondleiding van een blanke meid van 1.85 en zoals ik al dacht van Braziliaans-Duitse en Duitse afkomst...In Paraguay wordt enkel in het Spaans onderwezen, maar op privé-scholen wordt ook Duits en Guaraní aangeboden en zij spreekt dan ook Duits. Het Duits wat de ouderen hier nog gesproken wordt, is een curieus Plattdeutsch dat in Duitsland inmiddels al verdwenen is...Daarnaast zijn ze óók exotische Duitsers, want zij vertelde dat waar zij het die morgen koud had en twee lagen kleren droeg, een groep Duitse bezoekers klaagde over de hitte... De mate wordt volgens een lang, maar niet ingewikkeld proces geproduceerd. De plant wordt op een gegeven moment herplant en daarna afgeknipt. Hierna wordt de plant gedroogd door de bladeren even heel kort op 400 graden te drogen, zodat de vochtigheid verdwijnt. Daarna worden de bladeren nog een tijdje gedroogd en vervolgens twee jaar in een warenhuis bewaard om nog meer te drogen en een betere aroma te krijgen, waarna de bladeren geknipt en ingepakt worden, zodat ze verkocht kunnen worden. Het is over het algemeen spotgoedkoop en een kilo kost slechts 1 dollar. We hebben uiteraard meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om alvast wat naar Europa te kunnen exporteren...
Na deze interessante kennismaking met het wat en hoe van de mate zijn we met de bus naar het verderop gelegen Jesús gegaan, waar een rammelende bus van volgens mij wel 40 jaar oud ons met veel kabaal naar toe vervoerde. In Jesús zijn de resten te vinden van een Jezuïtische Estancia, net zoals in Alta Gracia, zij het minder goed geconserveerd. Er zijn er een aantal in Paraguay, maar de bekendste zijn die van Jesús en Trinidad. Je ziet er nog wat terug van de vertrekken waar de werknemers sliepen, een kapel, kerk en nog wat andere archeologische resten. Daarna zijn we naar het iets verderop gelegen Trinidad gegaan voor die andere estancia, die beduidend groter en beter geconserveerd was. De Jezuïeten hebben op zich een vrij positieve rol gespeeld in het beschermen van de inheemse bevolking, die tijdens de koloniale tijd door de Spaanse Kroon uitgebuit werd en onder het systeem van de Encomienda slavenarbeid moest verrichten. De Jezuïeten boden de vluchtende bevolking onderdak, onderwijs en had als voorwaarde enkel dat de bevolking drie dagen per week moest werken, bijdragend aan de landbouwproductie en allerlei gilden (textiel en metaal). Uiteraard werd de bevolking gekerstend, maar niet geëuropeaniseerd zoals dat in andere streken gebeurde. Door aanvallen van bandieten van buitenaf, alsmede de furie van de Spaanse koloniale autoriteiten die het economische succes van deze reducciones als een doorn in het oog beschouwden, werden ze door de Kroon in 1767 de nieuwe wereld uitgejaagd, waarna ze langzamerhand, door aanvallen van groepen slaven, in de verval raakten. Uiteraard heeft Paraguay belangrijkere prioriteiten dan het steken van geld in het restaureren van dit soort historische plekken, maar gelukkig is er inmiddels een en ander hersteld, met dank aan het Spaanse Agentschap voor Ontwikkelingssamenwerking en de Duitse regering. Op de plek zelf is weinig informatie te vinden over de reducciones, maar het is interessant om er over te lezen, zeker omdat het van grote invloed is geweest op de ontwikkeling van deze regio.
Een dag later hebben we de bus naar Asunción gepakt, wat uiteindelijk maar een vijftal uurtjes rijden is. Een fraaie reis, want ook Paraguay heeft een mooi landschap, zij het dat de hoofdstad weer zo´n typisch monsterlijke Amerikaanse stad is. De hoofdsteden kun je overal overslaan, want er is vrijwel niets interessants te zien en doen voor een Europeaan, die, eerlijk is eerlijk, toch wel beter gewend is. Omdat onze couchsurfhost helaas op het laatste moment af moest zeggen vanwege verplichtingen op zijn werk, waren we genoodzaakt zelf overnachting te zoeken en de stad zonder hulp van een local te ontdekken. Hotels waren er genoeg rondom het busstation en het is spotgoedkoop. Het hotel van de eerste nacht bleek ondanks een goede inspectie vooraf, wederom geen goede keuze te zijn. De airconditioning van onze bovenburen stond aan met als gevolg dat de vallende druppels ons de hele nacht uit de slaap hielden en omdat het sowieso al niet zo schoon was zijn we maar weer weggevlucht...De dag erna hebben we in tien minuutjes een vijftal hotels geïnspecteerd en uiteindelijk bleek het goedkoopste - gerund door een Koreaans stel - het beste te zijn, waar we voor een luttele € 7,- met zijn tweeën konden overnachten...
Die morgen bereikte ons het tragische nieuws van de aardbeving in Chili, waardoor we een tijdje aan de Argentijnse tv gekluisterd hebben gezeten. Chili is (helaas) gewend aan aardbevingen, zoals ook de zwaarst gemeten aardbeving ooit die in 1960 rondom Valdivia in het land plaatshad. In eerste instantie dacht ik, dat het wel mee zou vallen, maar het aantal doden loopt snel op en de schade is enorm. Helemaal raar is het, als je bedenkt dat je er net geweest bent en dat nu onze camera met haast alle foto´s van Chili voorgoed weg is, ook Chili nooit meer hetzelfde zal zijn. Natuurlijk, foto´s zijn nooit hetzelfde, maar een aantal plaatsen zal ingrijpend veranderden, zoals ook delen van Santiago, Valparaïso, Viña del Mar...allemaal plaatsen waar we geweest zijn. We moesten ook meteen denken aan de vier Chilenen die we ontmoet hebben in Chiloé, waarvan er twee uit Santiago komen en twee, Andrés en Fabiola, uit Concepción en die laatste vertelde me destijds dat ze in een ziekenhuis werkt. Door deze persoonlijke zijde komt het dan toch dichterbij dan dat je het simpelweg op tv ziet, zonder dat je er direct ´gezichten´ hebt. Helaas hebben we tot op dit moment nog niks van deze laatste twee gehoord... De aardbeving was, in tegenstelling tot de zwakkere in Haïti, niet dicht bij het oppervlak, waardoor de schade relatief meevalt. Bovendien is Chili geen derdewereldland en was (en is) het goed voorbereid. Het is treurig, waar ook ter wereld zoiets plaatsvindt, maar het is enorm triest als je bedenkt hoe prachtig mooi het er is en wat een terugslag het veroorzaakt in een land dat zo goed op de juiste weg is. Positief is in elk geval dat zowel Bachelet, alsmede de nieuwe president Piñera (die halverwege maart het ambt betreed), zonder gekibbel en eensgezind hebben aangekondigd het land weer op te bouwen.
Ondertussen hebben wij in regenachtig Asunción een beetje het centrum verkend, al is er afgezien van wat fraaie gebouwen (zoals het voormalige Parlement en het Presidentieel Paleis) niet heel veel te zien, al moet eerlijk gezegd worden dat zo´n regenachtige dag het aanzicht er ook niet beter op maakt. Net als in Montevideo is ook hier downtown een uitgestorven gebied, waar vrij weinig te beleven valt. De eerste avond hebben we ons vermaakt in een Japans restaurant en Asunción Rock, waar uitstekende alternatieve muziek gedraaid wordt, maar waar tegelijkertijd ook haast niemand aanwezig was. De tweede avond hadden we via couchsurfing afgesproken met Rodrigo, een local van 28, die afgestudeerd is in psychotherapie en overtuigd veganist, maar werkt bij de fiscus. Erg blij was ´ie er niet mee, want het schijnt bij de overheid in Paraguay écht een ramp te zijn, waar alles zo corrupt en inefficiënt is. Werknemers kunnen onmogelijk ontslagen worden, zodat ze enkel intekenen en uittekenen en de hele dag niets doen. Rodrigo zou het liefst zo snel mogelijk willen ontsnappen uit die wereld. Paraguay is altijd een nest van corruptie geweest, maar ook de maatschappij is er niet een om vrolijk van te worden. Maar wat wil je als je hoofdstad ´Hemelvaart´heet, je tweede stad ´Bevruchting´ en je derde stad ´Incarnatie´? Het is een conservatief en zeer religieus land, waar nog altijd veel taboes heersen en het leven voor een veganist zonder religieuze overtuiging niet bepaald makkelijk is. In de bus en op straat lezen zie je mensen psalmboeken en andere religieuze teksten lezen en op elk nachtkastje ligt het nieuwe testament, terwijl het ¨Dios te bendiga¨(God Zegent u) en ¨Vaya con Dios¨ (Ga met God) op de bidprentjes je om de oren vliegen. Moeten ze vooral zelf weten natuurlijk, maar af en toe denk je dat ze toch beter voor de verandering eens aan het werk zouden kunnen gaan... Rodrigo heeft ons een later nog meegenomen naar een ander deel van Asunción. Het leek wel een totaal andere stad, het uitgaansgebied voor de rijken, een totaal andere wereld. Het is bijzonder treurig, dat zelfs het uitgaansleven er zo gesegregeerd is, dat de rijkelui in hun eigen getto uitgaan, ver weg van de rest. Zoals te verwachten viel, was het er dan ook niet gezellig... Een dag later hadden we genoeg van weer zo´n overbodige stad en hebben we de bus gepakt naar Resistencia in Argentinië, van waaruit we door willen reizen naar Salta in Noord-Argentinië. Voor het eerst deden ze moeilijk bij de grens en verloren we een uur met wachten, stempelen en het checken van koffers, maar uiteindelijk waren we dan toch weg...Tijd voor iets héél anders.
Entrando Paraguay
Welnu, op het busstation in Ciudad del Este ontmoetten we een Zwitser, die na drie maanden Spaans-studie in Quito, Ecuador, sinds november door Zuid-Amerika aan het reizen was. Hij was al in Peru, Bolivia en Paraguay geweest en dus waren zijn tips zeer welkom. Hij wist ons in elk geval te vertellen, dat het in Encarnación vrij rustig is en omdat we pas 's avonds aan zouden komen, was dat een geruststelling. Na Ciudad del Este hadden we namelijk geen idee wat we aan zouden treffen in dit totaal onbekende stukje Zuid-Amerika. Hij vertelde ons, dat tijdens zijn verblijf in Quito maar liefst 15 van zijn klasgenoten in de Ecuadoraanse hoofdstad op enige manier beroofd waren en dat hij op diverse toeristische hotspots (Nasca bijvoorbeeld) flink was afgezet, maar ja, dat laatste verbaast natuurlijk niet.
Eenmaal in Encarnación was het Hotel Germán waar hij de vorige keer geslapen had, volgeboekt en dus liepen we een paar meter verder naar Hotel Itapúa. Het kostte Elena en mij maar zo'n vijf euro per persoon, maar het was het slechtste hotel tot nu toe. Voor de eerste keer maakten we ook gebruik van onze slaapzakken. Niet vanwege de kou, maar vanwege de bedwantsen. Het leek alsof het beddengoed al een héle poos niet gewassen was en ik had weinig trek in wakker worden met rode bultjes, dus derhalve maar de slaapzak geprobeerd...Een dag later hebben we als de wiedeweerga uitgecheckt en vervolgens twintig meter verder meteen de vrije kamer in Hotel Germán geregeld, waar we voor twee euro per persoon meer een frisse en schone kamer hadden...
Encarnación is net als Ciudad del Este een plaats die leeft van de commercie en de straatverkopers komen je overal tegemoet. Zelfs op het busstation hoef je niet eens moeite te doen naar een loket te lopen, want de bestemmingen worden al roepend naar je hoofd geslingerd en binnen no-time zit je voor een spotprijs in een bus, zij het een verouderd en rammelend exemplaar. Desalniettemin is Encarnación vrij goed georganiseerd en de straten zijn over het algemeen behoorlijk schoon. De wegen en trottoirs zijn in meestal in goede staat. Elke keer op een nieuwe locatie is het altijd interessant om even stil te staan bij hetgeen je op straat observeert. Hoe ziet het er uit en wat zijn de verschillen met voorheen. Verrassenderwijs lijkt dit deel van Paraguay een stuk moderner dan het verouderde Montevideo en waar in Uruguay het straatbeeld bepaald wordt door een oud wagenpark, zie je hier de meest nieuwe en grote minivans en pick-ups. In Uruguay is de btw van Europees niveau en in Paraguay zijn de belastingen volgens mij enorm laag. Ik probeer in elk land wel een lokale krant te kopen om even te lezen waar de lokale discussies over gaan om zo een beeld te krijgen van maatschappij en politiek, maar daarnaast is het ook altijd interessant om even de advertenties door te bladeren. Huizen zijn uiteraard altijd goedkoop vergeleken met Nederland (voor de prijs van een rijtjeshuis heb je hier overal een villa), maar in Paraguay zijn de auto's echt spotgoedkoop. Een tweedehands Mercedes uit 2000 kost hier wat bij ons een tweedehands Renault Twingo uit 2000 opbrengt, so to speak. De verschillen en contrasten zijn echter enorm. Ook hier werkelijk obscene rijkdom en abjecte armoede, die zich in Paraguay voornamelijk concentreert in de Chaco, het wilde noorden van het land, waar infrastructuur afwezig is, analfabetisme gemeengoed is, kinderen niet naar school gaan en er hele families en dorpen enkel de inheemse taal, het Guaraní, spreken en het Spaans niet machtig zijn...
Encarnación wordt bevolkt door een behoorlijk aantal Duitse en Japanse immigranten, maar er zijn ook Oekraïners, Polen en Arabieren en het was enigszins verrassend om een Orthodoxe kerk op straat tegen te komen, alsmede een aantal moslims. En waar Elena en ik in São Paulo door Luiz en Roberta warm zijn gemaakt voor de overheerlijke Japanse keuken (althans, zoals je die in het buitenland vindt, zoals altijd anders dan in het land zelf) en groot was onze verbazing dan ook om van de eigenaar van Hotel Germán te horen dat er twee Japanse restaurants in town zijn. De eerste avond zijn we meteen naar een van de twee, Hiroshima, gegaan...Ja ja, zelfs in Encarnación. De wereld is écht geglobaliseerd.